Overweging 12: Geloof heet niet voor niets geloof

Leerstuk 1: Feiten. Losse feiten zijn betekenisloos

Feiten vechten om te overleven en slagen daar nauwelijks in; feiten zonder betekenis zelfs helemaal níet.

Vraag: wat zijn de losse feitjes over uw organisatie?

Kijken we eerst naar het geval waarin de duiding zolang toeneemt tot ze vele malen groter is dan het feit of de feitjes waarop ze berust. We gaan ervan uit dat er ooit een man bestaan heeft die Jezus Christus heette. Een man die al dan niet Jood was. En dat deze man tot het volk sprak en dat deze woorden door de Romeinen beschouwd werden als volksopruiing tegen hun gezag, en dat deze man gekruisigd werd.

Lees verder

Als dit al feiten zijn, en daar bakkeleien theologen en andere geleerden al eeuwen over, dan zijn het tevens de enige feiten die we tot onze beschikking hebben. Bedacht dient te worden dat er, en niet alleen toen, wel meer mensen gekruisigd, gestenigd, gespietst, verdronken, opgehangen of anderszins ter dood gebracht werden. Waarvan vast ook velen omdat het gezag hen gevaarlijk vond. Waarom Jezus Christus de tand des tijds overleefde is dus vooral omdat er betekenis verleend werd aan zijn leven en sterven. Zonder duiding zou het de zoveelste kruisiging geweest zijn die toen zo min als twintig eeuwen later zich een (grote) plek in het collectieve geheugen en de collectieve beleving veroverd zou hebben. Een dergelijke beleving, op basis van relatief weinig feiten, heet dan ook niet voor niets: Geloof. Geloof heeft weinig feiten nodig en veel (gedeelde) betekenisverlening. Of, zoals een Trouwlezeres op de brievenpagina schrijft: “Als je ontkent dat Jezus echt bestaan heeft, zoals dominee Van der Kaaij uit Nijkerk doet, maak je de Bijbel tot een sprookjesboek. Het is te gek voor woorden dat een dominee zoiets kan beweren en zijn gemeente daardoor in verwarring brengt.”[1] Daar gaat het dus ogenschijnlijk om: is het een feit dat Jezus bestaan heeft. Ogenschijnlijk, want voor de betekenisverlening doet dat er eigenlijk niet toe. De Trouwlezeres gaat ervan uit dat het een feit is en de Bijbel is haar boek van Betekenisverlening. Dominee Van der Kaaij gaat er kennelijk niet van uit, maar hij zal als dominee toch geen atheïst zijn. Zijn Betekenisverlening baseert hij eenvoudig op andere parameters. Beiden hebben een concept van feiten, zij verschillen van mening over welke dat zijn: zij denken echter allebei vanuit de betekenis, al dan niet met een beroep op Het Boek. Losse feiten bestaan niet of zijn betekenisloos. Wat er toe doet is de betekenis die mensen eraan toekennen. En dat geldt in dit geval beiden in gelijke mate.

Losse feiten zijn, zoals we nu zien, betekenisloos. Zou er zoveel eeuwen geleden een ‘Jeruzalem Post’ bestaan hebben, er zou vermoedelijk op pagina 6 een mededeling gestaan hebben: “Vandaag op Golgotha gekruisigd: 12 moordenaars, 5 dieven en 13 staatsgevaarlijke individuën”. Feiten die op z’n best toen nog enige betekenis hadden, maar zeker twintig eeuwen later niet. Feiten overleven toch al nauwelijks; feiten zonder betekenis al helemaal niet. We hebben ze wel nodig, als deel van het waarneembare, maar vanaf daar moeten ze van een duiding voorzien worden. Indien niet, dan wordt het, als zelfs de krioelende kapers verdwijnen, niets meer met de betekenis van het feit ‘opruier nummer zoveel gekruisigd’ of ‘1600 Slag bij Nieuwpoort’.

Volgende keer: Overweging 13: Feiten hebben Duiding nodig

[1] Hannie Piket-Schuller, Dordrecht, Trouw 14 maart 2015.

Klap in

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*