Heroverweging 6: de feiten en de fabels

Leerstuk 2: Feiten

Vraag: verleent iedereen dezelfde duiding aan uw feiten?

Alle mensen zijn soms voor de gek te houden, en sommige mensen altijd. Men kan echter niet alle mensen altijd voor de gek houden. De uitspraak wordt (ten onrechte) toegeschreven aan Abraham Lincoln (1809-1865). Dan luidt hij: “You can fool all of the people some of the time, and some of the people all of the time, but you cannot fool all of the people all of the time.” Een interessante uitspraak, want ís dit wel zo?

Datgene dat als waarheid begrepen en gevoeld wordt, is daarmee de waarheid, we zagen dat al aan de aanhoudend belabberde reputatie van Richard III. Alles wat politiek, juridisch en vooral sociaal gelegitimeerd is, wordt gewaardeerd als ‘de waarheid’: wat door iedereen aldus beschouwd wordt als waarheid, wordt (vanzelf) de waarheid. Sinds Aristoteles’ Ars Retorica (384-322 BC) weten we hoe mensen overtuigd kunnen worden. Wil een mens een uiting van een ander accepteren en aanvaarden als juist, dan moet de spreker zich inspannen om de ander te overtuigen. Het omgekeerde lijkt nogal wiedes. Als men niet overtuigd is, dan is het niet waarschijnlijk dat men accepteert wat de ander zegt. Men gelooft het eenvoudig niet. Daar hebben we retorica voor, een manier om taal te gebruiken om de ander te overtuigen van de waarheid zoals de spreker die ziet. Retorica is daarmee een noodzakelijk onderdeel van communicatie. Hoe komt het nou, met zoveel kennis van millennia in huis, dat er nog steeds zoveel fout gaat met communicatie. Communicatie is een veelkoppig monster. Een zo’n monster is ons idee over feiten. Zoals in de vorige Overweging beloofd, laten we eens kijken of die kop eraf te hakken is.

Feiten lijken het ruwe materiaal, of zelfs de ‘core business’ van diverse professionals. Juristen en politie, journalisten en persvoorlichters, academici en verzekeringsagenten, rechters en huisartsen, en allen denken dat ze aan het werk zijn met (zuivere) feiten. Er circuleren allerlei meningen en legendes over feiten en de rol die ze spelen in communicatie. Sommige mensen denken dat feiten de bouwstenen zijn, anderen dat ze het cement vormen van het bouwwerk dat communicatie heet. Nog weer anderen geloven helemaal niet in het bestaan van feiten, of vinden dat ze altijd een construct van de werkelijkheid vormen. Voor diegenen die smullen van fundamentele discussies, verwijs is graag naar de werken van Friedrich Nietzsche* en Søren Kierkegaard** om er maar eens een paar te noemen. Voor ons is van belang dat in communicatie vrijwel geen sprake is van kale feiten, dat alle feiten gekleurd zijn en altijd vergezeld worden door een of andere vorm van duiding en betekenis. De vraag is dan welke duiding dat is en wie hem verleent, waarom welke betekenis bij wie beklijft en wat de gevolgen daarvan zijn.

‘Op 22 juni 1941 vielen Hitlers troepen de Sovjet-Unie onverwachts binnen. Het Rode Leger was hier niet op voorbereid  en moest grote verliezen nemen, zowel in manschappen als materiaal. De Duitsers trokken gezwind naar Moskou, de Wolga en de Caucasus. In 1943 keerde het tij in (toen) Stalingrad. De Duitse legers werden teruggeduwd. (…) De geschiedenis van de oorlog bleek aan het eind van de jaren tachtig nog verschrikkelijker. Hitler en Stalin maakten gemeenzaak en verdeelden grote delen van Oost-Europa onder elkaar. Later werd bevestigd dat duizenden Polen doodgeschoten werden in 1940 nabij het stadje Katyn door de geheime dienst van Stalin en niet door de Duitsers. (…) De meerderheid van de Russische bevolking is in de greep van imperialistisch chauvinisme, zegt de historicus Mark Solonin. In dat klimaat is het onmogelijk om een academische discussie te voeren over wat er werkelijk is gebeurd in de Tweede Wereldoorlog. Mensen, zo is zijn verklaring, hebben heel weinig belangstelling voor feiten en documenten die de eigen mythes weerspreken. “Ik heb duizenden documenten uit de archieven gehaald en heel veel gepubliceerd met onomstotelijk bewijs, maar niemand heeft ook maar de geringste aandacht, het komt gewoon niet binnen. Al zouden alle archieven opengaan, maar aan het publieke oordeel verandert er niets.” (NRC 8 mei 2015).

Er vallen hier twee belangrijke zaken op:

1) Academici, zoals Solonin, claimen de eigenaar te zijn van de feiten en claimen tevens dat hun weergave de enig juiste interpretatie van die feiten is. Zij zijn de herauten van ‘de waarheid’.

2) Alle andere mensen, buiten de sfeer van de zelfbenoemde eigenaar van de feiten, of ze nu Russisch, Amerikaans, Chinees of Nederlands zijn, blijken nogal resistent voor feiten. Meningen komen uit andere bronnen.

*There are no facts, only interpretations (F. Nietzsche, Stanford Encyclopedia of Philosophy)

**Viallaneix, Nelly, 1979, Écoute, Kierkegaard: Essai sur la communication de la parole, 2 volumes, Paris: Éditions du Cerf.

Volgende keer: Zijn feiten een fictie?

8 Comments on “Heroverweging 6: de feiten en de fabels

  1. Goed verhaal maar ik blijf achter met meet vragen dan oplossingen. Maar de cliffhanger is natuurlijk de reden om door te lezen. Kan niet wachten

  2. Het is lastig maar als je echt de feiten wil kennen, moet je er m.i. zelf getuige van zijn. En/of je moet bronnen x maal verifiëren. Als je dat niet lukt is het verstandig oordelen lang uit te stellen. In onze dynamische (communicatie)wereld loop je daarom altijd achter de feiten aan (gechargeerd!) en blijf je vaak afhankelijk van de duiding van anderen. Vervolgens moeten we dealen met ‘beleving’ waarop veel conclusies en oordelen gebaseerd zijn. Dat werkt goed in de marketing. Geen oplossing maar wel een stap in de goede richting: stel eens een halfuur alleen maar vragen aan je gesprekspartner.

    • Een wijs advies. Dat denk ik sommige interviewers ook wel eens toe, als ze een ‘vraag’-gesprek voeren. Van de week kwam er een televisiefragment uit 1998 voorbij, waarbij centrumdemocraat Janmaat bij zijn afscheid van de Kamer door Fons de Poel geïnterviewd werd. De Poel deed een open-kick-and shut: u hebt geen zetel meer – u heeft niets bereikt – dit was het. Los van het feit dat kennelijk de hele politiek en de hele journalistiek indertijd kennelijk een hekel aan de man had, is dit natuurlijk geen fraai staaltje ‘alleen maar vragen stellen’.

  3. Ik zie de rode draad in je ‘overwegingen’. Interessant om te lezen en je moet ze zeker delen via podcast. Ik denk dat het goed is dat wij, als woordvoerders/persvoorlichters, ons bewust zijn van het effect van onze boodschap. Naast feiten, duiding en betekenis is het ook van belang om goed na te denken over WIE het woord doet en de TIMING. Daarnaast speelt empathie (Zeker bij zaken waar maatschappelijke onrust om de hoek komt kijken) een grote rol. Een aantal elementen waar ik mijzelf de laatste tijd regelmatig over verbaas. Ik heb geen antwoorden op al die vragen, maar ik stel ze wel regelmatig. Ga zo door, ik blijf lezen en ben benieuwd waar we uitkomen.

    • Effecten van de boodschap, daar noem je voorwaar iets wat veel grilliger is dan we wel eens willen. Wij zitten zo lang in het vak en dan nog ben ik soms stomverbaasd. Er is zoveel dat als een kiezelsteentje bovenaan de Jungfrau begint te rollen en wat sneeuw pakt. Grote zaken stranden al na een paar meter en er wordt nooit meer iets van vernomen; evenzo kleine dingen worden groter en groter en veroorzaken een lawine. Ik heb zolangzamerhand alles gelezen wat er los en vast zit aan het Oekraïne referendum, inclusief geleerde reacties die vast ook hout snijden. NRC deed op 30 maart een dappere poging om feiten op een rij te zetten. Relevant vond ik de duiding die verschillende partijen er aan gaven. We gaan het zien op 6 april. Het is nog niet zover, maar als er morele paniek ontstaat, dan weten we wel welke kant het opgaat. Dat, in termen van effecten, dan weer wel. De podcast is in statu nascendi!

  4. Een feit is een bewering waarvan de juistheid aangetoond kan worden. Het aantonen van de juistheid van die bewering wordt echter beperkt of begrensd door wetenschap. Een eenvoudige vraag als “wie heeft het schilderij gemaakt?” kan eenvoudig beantwoord worden met de naam van een persoon zoals Rembrandt van Rijn. Maar welke wetenschap heb je nodig om er zeker van te zijn dat deze persoon daadwerkelijk de (enige) schilder van het schilderij is? Al snel worden vermoedens voor feiten aangezien. Het helpt als je bij elk gepresenteerd feit op kinderlijke wijze “waarom?”blijft vragen.

    • Wat geestig dat je nu juist dit voorbeeld aanhaalt! Ik dacht precies hetzelfde bij het recente ‘gekrakeel’ over Jeroen Bosch en ik geloof ook Vermeer. Waarom-vraag is altijd van grote waarde. Wat als het niet van Rembrandt was, maar de grote meester zo nu en dan kwam binnenwapperen en zijn atelier aanwijzingen gaf? Een of andere 21e eeuwse bijdehand komt daar achter, stel. Then what? Is het werk dan geen ‘echte Rembrandt’ meer? Is het zelfs niet meer mooi of interessant? Dan zou toch ook wat zijn, dat de esthetische of historische waarde afgemeten wordt aan de maker en niet aan het werk zelf. Met dit deel van het feuilleton wilde ik maar zeggen: he vaststellen van een feit is één en de relevantie is vaak laag. De aansluitende duiding zoveel te meer. Dat geldt voor rechtsgeleerdheid eveneens (of misschien zelfs wel meer). Dat ben ik dan ook oneens met Mr Grappenhaus die recent in Buitenhof zei dat de rechter eenvoudig de feiten toetste aan de wet. Dat leek mij, met respect voor de persoon, een kleine oversimplificatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*